Winkelwagen
Geen artikelen in winkelwagen.




Aanbieding

Clean-boy 2.8 l schuim


129,95

nu
€ 99 00

Clean-boy 2.8 l schuim



Nieuwsbrief
Meld u aan voor onze nieuwsbrief:

Gastenboek
ik zoek schoon maakspullen voor hetverwijderen van groen aanslag opmuren trespa ... lees meer >>
16-04-2012

na het spuiten met een niet professionele hogedrukspuit blijven er ... lees meer >>
04-04-2012

wij hebben een strandhuis , die is voorzien aan de ... lees meer >>
18-03-2012

Plaats een bericht >>

Hygiënische toestand van toiletten in het primair onderwijs.


Artikel 4 van 16

géén afbeelding
beschikbaar





 

Hygiënische toestand van toiletten in het primair onderwijs.

 De aanleiding voor het onderzoek

 

Toiletten, zelfs die goed zijn schoon gemaakt, kunnen besmet zijn met bacteriën en

andere micro-organismen. Gebruikers van toiletten kunnen hiermee worden besmet en bij

een slecht hygiënisch gedrag een infectieziekte oplopen. In principe kan iedereen een

infectie oplopen. Het risico is echter het grootst voor jonge kinderen, zieken, zwangere

vrouwen en ouderen; deze groepen hebben een lagere weerstand.

De jaarlijkse toilettest van Service Management heeft ons in de loop der jaren laten zien

dat openbare toiletten vanuit hygiënisch oogpunt zeker niet schoon zijn. Dit laatste wil niet

zeggen dat je er ook werkelijk ziek van kunt worden.

Om dit te achterhalen heeft de VSR recentelijk door de onderzoekstichting SOHIT een

risicoanalyse laten uitvoeren. Het resultaat was dat het wel degelijk mogelijk is om door

gebruik van een openbaar toilet ziek te worden. De grootste risico’s leverden de wc-bril, de

deurklink, de kraan en het doortrekmechanisme. Gemiddeld genomen werd bij 5% van

deze contactoppervlakken een besmetting aangetroffen die een infectie zou kunnen

veroorzaken. Voor kranen was dit percentage 13%.

Naar aanleiding van dit resultaat ontstond ook de vraag hoe het hygiënisch risico zou zijn

in het primair onderwijs. Dit is van belang omdat kinderen vatbaarder zijn voor infecties,

daarnaast veelvuldig op school verblijven en daar van het toilet gebruik maken. Maar ook

omdat besmettingsroute handen – mond door het gedrag van kinderen aannemelijker is

dan bij volwassenen. Deze problematiek was voor de VSR aanleiding om een onderzoek

op te starten naar de hygiëne van toiletten in basisscholen (primair onderwijs). De

vraagstelling van het onderzoek was tweeledig. Het eerste doel was om het hygiënische

risico op basisscholen te onderzoeken. En als de resultaten daartoe aanleiding zouden

geven, zou in tweede instantie worden onderzocht met welke maatregelen de hygiëne tot

een aanvaardbaar niveau kan worden verbeterd.

 

De hygiënische toestand op basisscholen

Het VSR-onderzoek dat op basisscholen is uitgevoerd door het onderzoekinstituut SOHIT

bestaat uit twee delen. In een eerste fase van het onderzoek is onderzocht welke

oppervlakken op de toiletten op school een risico vormen en door welke micro-organismen

dit wordt veroorzaakt. De kraan en de voorzijde van de toiletbril bleken belangrijke risicooppervlakken

te zijn. En met name de Staphylococcus Areus en Entero-bacteriën waren

de organismen die frequent werden aangetroffen.

In de tweede fase is onderzoek gedaan met deze risico-oppervlakken en microorganismen.

Aanvullend is ook het totaal aan micro-organismen gemeten. Op een aantal

 toiletgroepen van verschillende scholen werd gedurende twee weken de toilethygiëne

gemeten.

De toiletten op de scholen werden dagelijks na schooltijd door een schoonmaakbedrijf

schoongemaakt. ’s Ochtends voor schooltijd, tussen de middag en na schooltijd werden

monsters genomen en de besmetting gemeten.

De resultaten zijn opvallend te noemen. Ten eerste bleek dat de toiletten ’s ochtends voor

schooltijd, dus nadat ze de avond ervoor waren schoongemaakt, nog besmet te zijn. Deze

besmetting lag op een niveau dat een factor 10 tot 100 hoger lag dan die in eerder

onderzoek was gemeten op openbare toiletten. De kiemreductie door het schoonmaken

wisselde sterk. In een aantal gevallen werd na schoonmaken zelfs een hogere besmetting

gevonden in plaats van een lagere besmetting. De gemiddelde reductie was minder dan

een factor 10.

Verder blijkt uit het onderzoek dat de besmetting op de kraan gedurende de dag min of

meer constant blijft terwijl op de wc-bril in de loop van de dag steeds meer microorganismen

worden gevonden.

De conclusies in deze fase van het onderzoek zijn:

- de hygiënische situatie op de scholen is slechter dan bij openbare toiletten;

- een normale schoonmaakhandeling verbetert de hygiëne nauwelijks;

- er zijn aanwijzingen gevonden dat de toilethygiëne in de loop van een schooldag

afneemt.

 

Interventiemaatregelen

Omdat de reguliere schoonmaak op de onderzochte scholen onvoldoende positief effect

heeft op de toilethygiëne, is onderzocht op welke manier de hygiënische toestand van

toiletten verbeterd kan worden. Dit onderzoek richt zich op aanpassingen in de

schoonmaakmethode de interventies). Ook dit onderdeel wordt uitgevoerd op

basisscholen. Na uitgebreide analyse zijn er vijf maatregelen geselecteerd voor nader

onderzoek. Deze waren de volgende:

1. Nauwgezet volgens de interne instructies schoonmaken;

2. Schoonmaken volgens standaard methodiek (conform SVS-opleidingen);

3. Schoonmaken met een schone katoenen doek;

4. Schoonmaken met microvezeldoek en water;

5. Drogen na schoonmaken.

Voor het meten van het effect van de interventies is telkens eerst de hygiënische toestand

aan het einde van een schooldag bepaald en vervolgens direct na de

schoonmaakhandeling. Bij het schoonmaken is steeds een interventiemaatregel

toegepast. Voor het bepalen van de hygiënische toestand is weer gekozen voor de wc-bril

en kraan. Op deze plaatsen wordt het totaal kiemgetal en de aantallen Entero’s en St.

Aureus bepaald.

Het verschil in resultaat tussen de meting van de vervuilde sanitaire ruimte en het resultaat

na het schoonmaken geeft het effect van de interventiemaatregel aan. Het hygiënische

effect van de interventies is weergegeven in tabel 1.

Het effect van de interventies 1, 2 en 5 is sterk wisselend. Zowel kiemreductie als

kiemtoename worden gemeten. In tabel 1 is eveneens voor elke interventie aangegeven

hoe vaak een positief en negatief resultaat is gemeten.

 

Tabel 1: Hygiënisch effect van 5 interventiemethoden (totaal kiemgetal)

 

Interne instructie   0,8   4   7 / 9

Standaard methodiek 0,1   10   4 / 12

Schone doek 6   2    8 / 0

Microvezel en water 25    4    8 / 0

Drogen na schoonmaken 2  6  5 / 3

Noot. Als de reductiefactor kleiner is dan 1 betekend dit dat het aantal kiemen is toegenomen!

Uit de tabel is af te lezen dat alleen de interventies reinigen met een schone doek en met

microvezeldoek en water een daadwerkelijke verbetering opleveren.

Hygiënisch gezien is zelfs het effect van deze twee interventies nog gering te noemen.

Na een analyse van de voorgaande resultaten ontstond de vraag welke kiemreductie een

‘optimaal uitgevoerde’ schoonmaakhandeling in praktijk zou kunnen leveren. Met deze

gedachte werd nog een laatste serie proeven uitgevoerd. Twee ‘optimale’ methoden

werden onderzocht. De eerste interventie bestond uit optimaal schoonmaken volgens een

standaard methodiek met absoluut schone materialen en middelen. De tweede bestond uit

optimaal schoonmaken aangevuld met desinfectie met behulp van hypochloriet. Omdat

het niet bekend was of de toestand van de oppervlakken ook nog verschil zou kunnen

maken, werden de proeven uitgevoerd met de oppervlakken zoals ze waren (met krasjes

en scheurtjes) en met nieuwe materialen; dus een nieuwe wc bril en een nieuwe kraan.

De resultaten van de laatste serie proeven leverden geheel nieuwe inzichten op. De

resultaten staan in tabel 2 en tabel 3.

 

Tabel 2: Hygiënisch effect: Standaard methodiek & schone hulpmiddelen (totaal

kiemgetal)

Substraat Contaminatie voor

Kraan oud 250 150 1,7

Kraan nieuw 25 2,5 10

Toiletbril oud 800 150 5,3

Toiletbril nieuw 15 3 5

Het reinigen met schone hulpmiddelen geeft een positief beeld te zien in die zin dat in alle

gevallen kiemreductie optreedt.

 

Tabel 3: Hygiënisch effect: Standaard methodiek & schone hulpmiddelen met

hypochloriet (totaal kiemgetal)

Kraan oud 250 1,6 160

Kraan nieuw 25 1 25

Toiletbril oud 800 10 80

Toiletbril nieuw 16 1 16

Zoals verwacht werd na desinfectie een veel beter resultaat verkregen dan met alle

overige interventies. De restbesmetting is in alle gevallen minimaal.

De resultaten met de nieuwe oppervlakken leidden tot een heel nieuw gezichtpunt.

Ten eerste blijken nieuwe materialen veel minder sterk besmet te raken. Dit geldt zowel

voor de toiletbril als voor de kraan. En ten tweede is de kiemreductie op nieuwe

oppervlakken hoger dan op gebruikte materialen.

Bij gebruik van nieuwe materialen in combinatie met optimaal schoonmaken is het

hygiënische effect zodanig dat in geen van de gemeten situaties na het reinigen nog een

besmettingsrisico bestaat.

Samenvattend

De traditionele manieren van reinigen dragen in een zeer beperkte mate bij aan de

hygiënische kwaliteit van toiletten in het primair onderwijs. Van de in dit onderzoek

beproefde interventies om het hygiënische effect van reinigen te verbeteren leveren alleen

het gebruik van microvezeldoeken en het gebruik van een schone doek enig voordeel op.

Een veel betere hygiëne kan worden bereikt als de contactoppervlakken met regelmaat

worden vernieuwd. Niet alleen ligt in dat geval het effect van reiniging op een beduidend

hoger niveau, ook de besmetting van de oppervlakken tijdens gebruik wordt hiermee

verminderd.

Het effect van vernieuwing van de toiletbril en de kraan gecombineerd met optimaal

reinigen, het gebruik van schone doek of van microvezelmateriaal is zo groot dat in de

onderzochte situaties de besmettingskans tot een verwaarloosbaar niveau wordt

gereduceerd. Bij deze conclusie moet worden aangetekend dat het onderzoek betrekking

heeft op een zeer beperkte steekproef. Om de resultaten te bevestigen zal een onderzoek

met een grotere steekproef moeten worden uitgevoerd.

bron:vsr.nl